Go to English

Inleiding
Om een verbrandingsmotor goed en betrouwbaar te laten lopen is een goede vonk voor het ontsteken van het gasmengsel van cruciaal belang en dat geldt zeker ook voor de kleine modellen. Om uiteenlopende redenen is dit vaak een kopzorg voor doorgaans mechanisch georiënteerde modelbouwers. Het ontbreken van voldoende kennis en ervaring op elektrisch en/of elektronisch gebied is daarvan meestal de oorzaak maar ook de afmetingen, de verkrijgbaarheid, de vaak hoge prijs en de complexiteit van de systemen of componenten kunnen struikelblokken zijn bij het oplossen van dit probleem.
Ikzelf behoor ook tot de groep van dit soort modelbouwers en worstelde al net zo lang als ik model motortjes maakte met het vinden van een ideaal systeem voor het maken van vonken. Ik maak me wel wijs net voldoende kennis te hebben om te begrijpen waar de schoen wringt en in welke richting de ideale oplossing gevonden zou moeten worden.

Mijn ideale oplossing zou moeten voldoen aan de volgende voorwaarden:
1. De vonk moet voldoende energie hebben om het gasmengsel bij de compressiedruk betrouwbaar te ontsteken maar het systeem moet natuurlijk altijd aanrakingsveilig zijn.
2. Het circuit moet vonken leveren met een minimale frequentie van ca 25Hz om toerentallen van ca 1500 per minuut (25x60) mogelijk te maken voor een 2-takt motor. Een hogere frequentie is meegenomen, maar ik houd er eigenlijk niet van om dit soort modellen veel sneller te laten lopen dan 1500 tot 2000 toeren/minuut.
Een 4-takt motor heeft in principe genoeg aan de helft van deze vonkfrequentie omdat die slechts 1 vonk krijgt bij twee omwentelingen van de kruk-as.
3. Het systeem moet relatief klein zijn zodat het gemakkelijk in te bouwen is zonder dat het de motorafmetingen in belangrijke mate mede bepaalt. Het kunnen inbouwen is niet alleen fraai maar feitelijk ook nodig omdat het aansluiten van de bougie op een externe hoogspanning erg onpraktisch is.
4. Het circuit moet niet te kwetsbaar of storingsgevoelig zijn en een goede, liefst onbeperkte levensduur hebben.
5. Het aansturen van het circuit moet zo weinig mechanische krachten vergen zodat ook kleine motortjes die gemakkelijk kunnen opbrengen.
6. Het circuit of de onderdelen daarvan moeten gemakkelijk verkrijgbaar en relatief goedkoop zijn (ordegrootte 10 Euro of minder).



Enkele alternatieven voor een vonk ontsteking

1. De klassieke auto of motorfiets bobine.
Dit is feitelijk een hoogspanningstrafo met een korte maar dikke primaire wikkeling en een zeer lange maar zeer dunne secundaire wikkeling. De voeding voor de primaire wikkeling is meestal 6 of 12 volt gelijkspanning. Als de gelijkstroom door de primaire wikkeling van 3 tot 4 ampere wordt onderbroken ontstaat er een inductiepiek die door de secundaire wikkeling wordt opgeslingerd naar 15.000 volt of meer. Deze hoogspanning is op de bougie aangesloten en veroorzaakt dan de vonk over de elektroden waarvan er meestal
één met de motormassa is verbonden. Het onderbreken van de stroom door de primaire winding van de bobine gebeurt als de schakelaar (ook wel "puntjes" genoemd) wordt geopend met een nok op de krukas van de motor. Over die schakelaar is een condensator aangesloten die twee functies heeft:
- de vonken over de contacten van de schakelaar dempen om het inbranden daarvan tegen te gaan.
- extra opslingeren van de inductiepiek waardoor de hoogspanning verder verhoogd wordt.



Op bovenstaande foto twee voorbeelden van bobines voor klassieke motorfietsen. Ze hebben een diameter van ca 40 mm en zijn ca 140mm lang.
Autobobines zijn nog behoorlijk groter: diameter ca 60mm en lengte ca 160mm.
Onderstaande foto toont een relatief kleine bobine zoals die tegenwoordig worden toegepast bij kleinere tweetaktmotoren (bromfietsen, zaagmachines etc.). Volgens mijn ervaringen zijn die doorgaans niet geschikt om rechtstreeks op 6 of 12 volt te worden bedreven; ze vonken daarop zwak of helemaal niet en worden snoeiheet. Ik heb sterk het vermoeden dat hierbij een zgn CDI schakeling wordt toegepast waarbij een condensator ontladen wordt over de primaire wikkeling die steeds opnieuw tot ca 100 volt wordt opgeladen met een generator op de krukas. De primaire wikkeling wordt hierbij dus maar zeer kort belast als de condensator zich bijna tijdloos ontlaadt over de primaire wikkeling.




De voordelen van dit klassieke bobine circuit zijn:
- krachtige vonken met vrijwel onbeperkte schakelfrequentie.
- robuust en vrijwel niet stuk te krijgen.
De nadelen zijn:
- Groot in verhouding tot de afmetingen van modelbouw motortjes. Voor modellen die de afmetingen hebben van een halve schoendoos of kleiner is dat eigenlijk nauwelijks of niet meer acceptabel voor inbouw.
- Voor de voeding is een tamelijk grote 6 of 12 volt batterij of accu nodig die vrijwel nooit geschikt is voor inbouw.
- De schakelaar die de inductieve stroom door de primaire spoel onderbreekt is vaak een bron van storingen als men daarvoor iets anders gebruikt dan de bijbehorende "puntjes". Deze "puntjes" zijn steeds moeilijker verkrijgbaar, vereisen nogal wat kracht vanwege de straffe bladveer en ze zijn wat lastig te monteren door de specifieke en varierende bevestigingselementen. Ik gebruik daarom meestal de bekende microswitch die met weinig kracht omschakelt, gemakkelijk en eenduidig te monteren is en overal verkrijgbaar is voor ca 2 Euro. Maar het inbranden van de zachte zilvercontacten is vaak een bron van storing als er te grote stromen mee worden geschakeld met hoge spanningspieken. De overgangsweerstanden die dan ontstaan worden dan op den duur fataal bij de relatief lage voedingsspanning.
- Omdat deze bobines voor de huidige motoren niet meer gebruikt worden is de verkrijgbaarheid ervan steeds lastiger geworden. Met veel moeite vind ik er nog wel eens een bij een sloperij voor 15 Euro en ik heb ooit 40 Euro betaald voor een nieuwe, die overigens nog wel speciaal besteld moest worden.
Aanvankelijk heb ik deze bobine schakeling gebruikt voor vrijwel al mijn verbrandingsmotortjes, maar de genoemde nadelen hebben mijn steeds meer aangespoord om naar betere oplossing te zoeken.


2. Piezo kristallen
Piezo kristallen hebben de eigenschap dat ze een relatief hoge elektrische spanning genereren als er een kracht op wordt uitgeoefend. Ze zijn er in allerlei soorten en afmetingen en worden bv. toegepast in opnemers voor platenspelers, sigaretten- en gasaanstekers. Om een vonk te krijgen met voldoende energie moeten ze wel behoorlijke afmetingen hebben, maar die zijn dan altijd nog vele malen kleiner dan die van een bobine. Behalve de geringe afmetingen is een groot voordeel dat er geen (elektrische) voeding met schakelaar nodig is. Ze kunnen simpel worden bediend door een stoter die tegen een nokschijf op een motor as aan loopt.
Ik heb zo'n piezo ontsteking met redelijk succes toegepast op twee van mijn 4-takt motoren; de Otto en de Atkinson. Ik gebruikte daarvoor een piezo element die ik sloopte uit een gasaansteker van de HEMA en die daarbij mechanisch met de hand wordt bediend; zie onderstaande foto.




Bij al mijn andere en vooral kleinere verbrandingsmotortjes werkte dit echter slecht of helemaal niet. De kracht die nodig is om de piezo in te drukken is tamelijk fors (de energie moet ergens vandaan komen) en het bleek dat de kleinere type motortjes deze kracht niet konden opbrengen.
Een ander nadeel is dat de piezo kristallen hard en bros zijn. Ze zijn ook niet gemaakt om met een hoog tempo dit soort klappen te krijgen en willen daarom nogal eens breken. De levensduur valt mij eigenlijk nog wel mee en de elementen zijn tamelijk vlot te vervangen voor niet veel geld. Maar ze zijn niet altijd verkrijgbaar en bv. in Amerika kent men dit type helemaal niet voor zover mij verteld is. Alles bij elkaar is het dus geen universeel goede oplossing.



3. Elektronische systemen
Ik moet voorop stellen dat mijn kennis van moderne elektronica tamelijk beperkt is, dus alles wat ik hier zeg kan bij voorbaat in twijfel getrokken worden of op zijn minst met een flinke korrel zout worden genomen.
Zoals eerder gezegd houden modelbouwers met "metaal handen" bij voorbaat niet van elektronica, behalve als ze het gemakkelijk als een "black box" kunnen kopen met kleine afmetingen tegen een redelijke prijs en die betrouwbaar en langdurig vonken maakt. Misschien wat veeleisend, maar ik kan nergens op internet iets kunnen vinden dat daar op lijkt. Wel artikelen over het zelf bouwen van dergelijke schakelingen, maar dat is doorgaans een gruwel voor mechanisch georienteerde modelbouwers.
Voor zover je elektronische oplossingen vindt voor de modelbouw zijn die erg duur en moet je in Amerika zijn om er een te bestellen voor veel geld: 70 tot soms wel 150 Euro! Voorts lees ik er op diverse forums vaak bedenkelijke verhalen over met betrekking tot de kwetsbaarheid en/of betrouwbaarheid. Het heeft mij in ieder geval voorlopig weerhouden om zo'n circuit ergens ver weg te kopen met het risico dat het niet naar behoren werkt en ik dan met mijn mechanische handen in het haar zit.


Mijn experimenten met het "Blokker" circuit.

In een gasaansteker die voor ca 4 Euro te koop is bij warenhuis Blokker zit een heel klein elektronisch circuit dat toch behoorlijk forse vonken maakt; zie onderstaande foto's van deze aansteker:

Ook elektronica dus maar van een geheel andere ordegrootte dan waar ik het hierboven onder punt 3 over had, zowel voor wat betreft de afmetingen, de voeding en de prijs. Dat was dus de moeite waard dus om daar eens wat mee te experimenteren.

Het principe is feitelijk eenvoudig, tenminste als het het door deskundigen wordt uitgelegd aan een niet elektronicus zoals ik. Het waren de deskundigen Ko Cruck en Rene Duyster die dat in eerste instantie voor mij deden en waarvoor ik ze nog altijd zeer dankbaar ben. Met hun gegevens kon ik uiteindelijk het onderstaand elektrisch schema van dit origineel "Blokker" circuit optekenen:


Een condensator van 0,47μF wordt cyclisch opgeladen tot maximaal 100 volt door een (vrijlopende) oscillator schakeling die gevoed wordt door een 1,5 volt penlite batterij (rood omlijst). Een automatische trigger schakeling daarachter (blauw omlijst) ontlaadt deze condensator met een zekere frequentie over de primaire wikkeling van de zeer kleine bobine waardoor over de secundaire winding daarvan een hoogspanning ontstaat van ca 6000 volt die het vonken veroorzaakt. De diode 1N4148 slaat steeds bij ca 70 volt door waardoor op dat moment de thyristor MCR100-6 even geleidend wordt waardoor de 0,47μF condensator zich dan ontlaadt over de primaire winding van de bobine. De Op deze manier ontstaat er dus een continue vonkenregen zolang de 1,5 volt voeding van de penlite batterij in de gasaansteker handmatig blijft ingeschakeld.
Hieronder een foto van het gedemonteerde circuit.

Het circuit heeft een lengte van 60mm, een breedte van 20mm en een maximale hoogte van 20mm. De bobine heeft een diameter van 14,5mm en is 18mm lang.

De ohmse weerstand van de primaire winding is minder dan 1Ω, de secundaire winding heeft een weerstand van 440Ω.

 

 

Het aanpassen van het Blokker circuit voor gebruik op modelbouw verbrandingsmotoren.

Om dit Blokker circuit geschikt te maken om de vonken te maken voor modelbouw verbrandingsmotoren moet in ieder geval de diode 1N4148 verwijderd worden omdat de vonk immers alleen moet komen op het juiste moment in het proces, namelijk op het moment dat het gasmengsel in de motorcilinder tot de maximale druk is gecomprimeerd. Het aansturen van de thyristor in het trigger gedeelte moet dus direct of indirect gedaan worden door een schakelaar op de motor die op het juiste moment binnen de procescyclus even wordt wordt gesloten.

Ik heb na lange tijd van eindeloos experimenteren en met veel vallen en opstaan uiteindelijk een tweetal goed bruikbare alternatieven ontwikkeld waarbij ik verschrikkelijk veel en niet aflatende hulp heb gekregen van Peter uit België. Hij leverde mij niet alleen zijn deskundigheid op elektronisch gebied maar ook de fysieke hulpmiddelen (waaronder een zelf gemaakte oscillator om het schakelen te simuleren met instelbare frequentie) en diverse elektrische componenten om de experimenten te doen. Hij heeft ook zelf een groot aantal experimenten en metingen uitgevoerd. Zonder al dit werk van Peter zou ik nooit de resultaten hebben bereikt zoals ik die hieronder nu kan beschrijven. Ik ben hem dus veel dank verschuldigd.

Vooraf wat algemene opmerkingen

1. Door het wegnemen van diode 1N4148 wordt de spanning op de condensator ruim verdubbeld van ca 100 volt naar ca 220 volt. Op zich wel gunstig omdat de lading van de condensator dan ook ongeveer verdubbelt en daarmee de energie die aan de bobine wordt geleverd waardoor een sterkere vonk ontstaat. Maar het betekent wel dat de originele condensator die gemaakt is voor maximaal 100 volt vervangen moet worden door een folie condensator die geschikt is voor 400 volt. Om destructieve doorslag te voorkomen moet zo'n condensator van het type MKP zijn (sommige fabrikanten duiden die ook wel aan met MKS).
2. De hogere spanning op de condensator en daarmee ook de lading ervan verhoogt de hoogspanning van ca 6000 volt naar ca 10.000 volt. Het zijn ruwe schattingen op grond van de elektrode afstanden waarbij nog vonken ontstaan in droge buitenlucht waarvoor de vuistregel is dat daar ca 1000 volt per mm voor nodig is. Deze 10000 volt is wel behoorlijk lager dan die met een auto of motorfiets bobine gemaakt wordt en die 15000 volt of zelfs meer kan bedragen. De 10000 volt maakt wel een voldoende sterke vonk voor de modelmotortjes zoals ik die maak, maar om te voorkomen dat de vonken doven bij de compressie drukken die bij deze motortjes in de orde van 3 a 4 Bar ligt moet de afstand tussen de bougie elektroden wel klein worden gemaakt: 0.4 tot 0.6 mm maximaal.
Speciaal voor dit Blokker circuit heb ik een bougie ontworpen die eenvoudig zelf kan worden gemaakt:

Klik hier voor een aanvraag voor de tekening van deze bougie.


3. De vonkenergie kan worden verhoogd door de condensator waarde te verhogen van 0,47μF naar 0,68 μF en/of de hoogspanning condensator van 27pF te verdubbelen door er een tweede parallel overheen te zetten. Met een uitgebreide reeks proeven waarbij ik gebruik maakte van een oscillator van Peter die de schakelaar op de motor simuleert kwam ik er achter dat in beide gevallen de vonkfrequentie behoorlijk afnam als gevolg van de toename van de R/C tijd. Met name het verdubbelen van de hoogspanning condensator verlaagde de vonkfrequentie met meer dan de helft hetgeen funest bleek voor een 2-takt motor die twee maal zoveel vonken per tijdseenheid nodig heeft dan een 4-takt motor. De 0.68 μF condensator verlaagde de vonkfrequentie slechts met ca 10% hetgeen zeker nog wel acceptabel is. De maximale vonkfrequentie is daarmee ca 25 Hz waarmee dus toerentallen van ca 1500/minuut kunnen worden bereikt voor een 2-takt motor en het dubbele voor een 4-takt motor hetgeen meer dan genoeg is voor dit soort kleine motor modellen. Ik heb bij al deze experimenten ontdekt dat de vonkenergie eigenlijk minder belangrijk is dan de vonkfrequentie. Om te voorkomen dat de vonken doven bij wat hogere compressies is het raadzaam de electrode afstand van de bougie niet al te groot te maken; zelfs met een korte vonk van 0,4 mm blijkt het gasmengsel nog steeds goed te ontsteken.
4. De bobine op het originele circuit is elektrisch niet geisoleerd. Mede door het verhogen van de hoogspanning naar ca 10.000 volt kan het gebeuren dat er doorslag ontstaat ergens op de bobine of tussen de bobine en de hoogspanning condensator. Dit kans dat dit gebeurt is vooral groot als er geen bougievonk komt, bv. als de kabel om een of andere reden niet verbonden is met de bougie. Het is daarom aan te raden om de bobine samen met de hoogspanning condensator rondom te isoleren met bv. de 2-komponenten (Bison) epoxy hars. Als men het type gebruikt dat na ca 5 minuten niet meer wegvloeit heeft men dus ook die 5 minuten de tijd om de hars mooi rondom te laten vloeien door de hele print gedurende die 5 minuten voortdurend in alle richtingen om en om te draaien. Na enkele uren is de hars plakvrij en na een dag hard geworden.


Kortom:
- Altijd de diode 1N4148 verwijderen;
- De originele 0,47μF/100 volt foliecondensator vervangen door een foliecondensator 0,68μF / 400 volt (MKP type).
- De bobine met de hoogspanning condensator elektrisch isoleren met een 2-componenten epoxy hars.





Alternatief 1:

Dit alternatief is zo eenvoudig dat het zelfs voor modelbouwers zonder enige ervaring op elektronisch gebied uitvoerbaar zal zijn. Het komt er op neer dat een de MCR 100-6 thrystor simpelweg vervangen wordt door een micro switch op de motor die het cyclisch ontladen van de condensator over de primaire wikkeling van de bobine overneemt. Onderstaand schema toont deze schakeling:


De foto's hieronder illustreren respectievelijk welke componenten van het originele circuit eerst moeten worden verwijderd (linker foto) en wat er daarna moet worden toegevoegd (rechter foto):



Een nokschijf op de kruk-as van een 2-takt motor of op de nokken-as van een 4-takt motor moet de microswitch zo kort mogelijk (ca 10% van de cyclustijd of minder) indrukken waarbij de condensator zich dan bliksemsnel ontlaadt over de primaire wikkeling van de bobine en de vonk over de bougie elektroden ontstaat. Gedurende de tijd dat de microswitch open staat (ca 90% van de cyclustijd of meer) wordt de condensator voortdurend opnieuw opgeladen.
De lekweerstand van 2.7MΩ zorgt ervoor dat de condensator zich betrekkelijk snel ontlaat als de 1,5 volt voedingsspanning voor het circuit wordt uitgeschakeld.
Een nadeeltje van deze zeer eenvoudige en robuuste oplossing is dat er een tamelijk forse piekstroom loopt op het moment dat de microswitch gesloten wordt waardoor er vonken over de contacten daarvan ontstaan waardoor die dan op den duur kunnen gaan inbranden. Maar dit gebeurt veel minder of niet met de zeer goede Hartmann micro switch; type MAB1, zie onderstaande foto:



Als het vermogen van de motor groot genoeg is om in plaats van de microswitch de zogenaamde "puntjes" van bv. een (klassieke) motorfiets toe te passen zullen er vermoedelijk geen inbrand problemen ontstaan.
Dit alternatief 1zal in het algemeen geschikt zijn voor niet al te kleine motortjes waarbij de afmetingen van een microswitch (of "puntjes") geen bezwaar zijn. De kans dat een microswitch op den duur toch moet worden vervangen omdat de contacten ervan te veel zijn ingebrand moet eventueel voor lief worden genomen.

Onderstaande video illustreert dit vereenvoudigd en robuust circuit met visuele instructies voor de eenvoudige aanpassingen van het circuit en met toepassingen op een aantal van mijn motortjes en een op een motor van een collega modelbouwer:

 

Het toepassen van een reed switch of vergelijkbaar schakel element voor zeer lage stromen is hier niet mogelijk omdat die onmiddellijk zullen overlijden zodra de condensator zijn relatief hoge piekstroom levert aan de bobine.

 

Alternatief 2:

Dit alternatief 2 is een meer "fijnzinniger" oplossing waarbij de aansturing wel verzorgd kan worden door zo'n veel kleinere reed schakelaar met een zeer lage stuurstroom en die feitelijk ook geen enkele mechanische belasting oplevert voor de motor. Dit alternatief is ietwat bewerkelijker dan alternatief 1 maar is nog steeds goed te doen voor een modelbouwer die wel eens wat soldeert aan elektrische schakelingen. Hier wordt de thyristor MCR 100-6 aangestuurd door een reed switch maar dat kan desgewenst natuurlijk ook met iedere andere schakelaar gedaan worden.
Onderstaand schema toont de betrekkelijk eenvoudige schakeling:

 

De foto's hieronder illustreren respectievelijk welke componenten van het originele circuit moeten worden verwijderd (linker foto) en wat er moet worden toegevoegd (rechter foto):


De reed switch wordt aangestuurd door een kleine Neodymium magneet in het vliegwiel bij een 2-takt motor of in een schijfje op de nokken-as in geval van een 4-takt motor. De 470 Ω weerstand die in serie staat met de reed schakelaar dient ervoor om de schakelstroom te beperken tot een zo laag mogelijke waarde.
De vonk frequentie van het circuit zelf is tenminste 25 Hz zodat een 2-takt daarmee zeker 1500 toeren per minuut kan lopen en een 4-takt dus met 3000 toeren per minuut.
Een reed schakelaar heeft volgens de specificaties slechts 1 milli seconde nodig voor het sluiten en weer openen, dus dat is al helemaal geen probleem. Overigens kan een goede microswitch volgens mijn ervaringen ook een schakelfrequentie aan van tenminste 30 Hz aan zodat daarmee dezelfde motor toerentallen gehaald kunnen worden.

 

Samenvattend:

1. Alternatief 1 is feitelijk kinderlijk eenvoudig en robuust en daarom wel geschikt voor modelbouwers met nauwelijks of geen ervaring met het solderen aan elektronische circuits.

De enige voorwaarde is dat er plaats moet zijn voor een micro switch op de motor hetgeen meestal wel het geval zal zijn. Verder moet men het inbranden van de contacten van de microswitch op meer of minder langere duur voor lief nemen en die dan vervangen als de microswitch niet meer functioneert. Dit inbranden valt overigens wel mee als men een goede kwaliteit microswitch gebruikt zoals bv. het type Hartmann MAB1. Het toepassen van de zogenaamde "puntjes" zoals die gebruikt worden voor (klassieke) motorfietsen kan dit probleem wellicht helemaal omzeilen.
Met dit alternatief kan eventueel ook een 1μF / 400 volt condensator worden toegepast om de vonk energie wat verd op te voeren waarbij de wat lagere vonk frequentie van het circuit niet zo'n probleem zal zijn, in ieder geval niet voor een 4-takt motor die met een twee keer zo lage vonk frequentie werkt dan een 2-takt motor.

2. Alternatief 2 is een meer "nette"oplossing omdat het aansturen met een zeer lage stroom gebeurt zodat een reed switch of vergelijkbaar schakelelement kan worden toegepast. Met name een reed switch is erg klein, kan eenvoudig gemonteerd worden en simpelweg bediend worden met een kleine magneet in het vliegwiel of in een schijfje op de nokkenas van een 4-takt motor en de mechanische belasting voor de motor is feitelijk nul. De schakelfrequentie van zo'n reed switch is erg groot en de contacten ervan zullen het "eeuwige leven" hebben vanwege de zeer lage schakelstroom.
Dit alternatief is erg geschikt voor zowel 2- als 4-takt modelbouw motortjes waarbij de afstand van de bougie elektroden wel relatief klein moet zijn (0,4 tot 0,6mm max.) om het uitdoven van de vonken te voorkomen tijdens de compressie van het gasmengsel in de cilinder.

3. Bij beide alternatieven is het mogelijk om een microswitch toe te passen in plaats van een reed switch met magneet in geval men die om wat voor reden dan ook niet kan of wil toepassen. De micro switch moet bediend worden met een nokschijfje op de kruk-as bij een 2-takt motor en op de nokkenas in geval van een 4-takt motor.

 

De voordelen van dit Blokker vonksysteem:

1. Erg kleine afmetingen waardoor het circuit goed in te bouwen is in kleine motortjes.
2. Een zeer kleine voeding met slechts één 1,5 volt penlite batterij; het kan m.i. niet simpeler, veiliger en goedkoper.
3. Het maakt het gebruik van reed switches of vergelijkbare schakel elementen mogelijk met zeer lage stuurstromen die een zeer hoge schakel frequentie toestaan en niet gaan zweven. Ze veroorzaken ook een te verwaarlozen mechanische belasting van de motor hetgeen voor zeer kleine modellen met laag vermogen van belang zal zijn.
4. De aanpassingen van het circuit zijn minimaal en goed uit te voeren, ook door minder geroutineerde modelbouwers op dit gebied.
5. Uiterst goedkoop: ca 4 Euro voor de gasaansteker en nog wat klein geld voor wat componenten, een reed switch en een kleine Neodymium magneet. 


De verkrijgbaarheid van dit type gas aanstekers:

De betreffende gasaanstekers waren verkrijgbaar bij warenhuis "Blokker" in Nederland en Duitsland maar ze zijn helaas niet meer leverbaar bij hun.
Andere leveranciers zijn (klik):
- Amazon (UK)
- Kitchen Craft
-Tesco
- Cooklands
- Auravita
- E-bay
- Wayfair
- Pease of Garforth

In het geval men niet aan deze gasaansteker kan komen kan ik nog verwijzen naar een kant en klaar electronisch systeem van Hobbyking:
https://hobbyking.com/nl_nl/replacement-complete-ignition-set-for-single-cylinder-gas-engines-14mm-plug.html
Ik zelf heb dit systeem niet op een motortje getest maar maar wel een collega modelbouwer Bart en zijn 2- takt "Sabine" loopt er goed op.